ONDERWIJS

Peuterspeelzaal   –   Basisonderwijs  –   Middelbare school   –   Hogeschool   –   Universiteit

Speciaal onderwijs   –   Onderwijsvormen   –   Privéschool   –   Internationale School

Huiswerkbegeleiding   –   Bijles   –   Muziekles    Schoolvakanties   –   Vrije Schooldagen

 

Wanneer naar school?

Als uw kind twee of drie jaar is moet u al gaan nadenken over de basisschool van uw keuze. Het is heel belangrijk dat het kind in de eerste groep van de basisschool goed van start gaat.
Als uw kind drie jaar en tien maanden is, mag het meestal al op school komen kennismaken. Dat mag maximaal vijf dagen. Scholen zijn niet verplicht zo’n kennismakingsperiode te houden.
Als uw kind vier jaar wordt, mag het naar school. Elke openbare school is dan in principe verplicht om uw kind toe te laten. Zorg ervoor dat u uw kind tijdig inschrijft, want sommige scholen, vooral in grote steden, kennen een wachtlijst.
Een kind van vier is nog niet leerplichtig. Dat betekent dat het in principe thuis mag blijven.
Als uw kind vijf jaar wordt, is het geen zaak meer van mogen maar van moeten. De eerste schooldag van de maand na de vijfde verjaardag is ieder kind in Nederland namelijk verplicht om naar school te gaan.
U mag uw kind dan vijf uur of in speciale gevallen tien uur per week thuishouden. Een goede afspraak maken met de school is wel verstandig.

 

Openbaar onderwijs

Openbare scholen worden gesticht en in stand gehouden door het gemeentebestuur.
Een openbare school wordt meestal bestuurd door het gemeentebestuur, maar soms ook door een bestuurscommissie, een stichting of een openbaar rechtspersoon die de gemeente heeft ingesteld.
Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen, ongeacht hun afkomst, godsdienstige overtuiging of culturele achtergrond. Op deze scholen wordt niet vanuit een bepaalde godsdienstige- of levensovertuiging onderwijs gegeven.

 

Bijzonder onderwijs

Bijzondere scholen worden gesticht en in stand gehouden door verenigingen of stichtingen vanuit verschillende levensbeschouwingen. Ouders kunnen lid worden van deze verenigingen of stichtingen. Het is onderwijs dat vanuit zijn levensbeschouwelijke grondslag probeert aan te sluiten bij de thuissituatie.

Er zijn verschillende richtingen:

Algemeen Bijzonder onderwijs.
Evangelisch onderwijs
Gereformeerd onderwijs
Hindoe onderwijs
Islamitisch onderwijs
Joods onderwijs
Oecumenisch onderwijs
Protestants Christelijk onderwijs
Rooms Katholiek onderwijs

 

Speciaal basisonderwijs

Voor moeilijk lerende kinderen en kinderen met gedragsproblemen die niet in het basisonderwijs naar school kunnen gaan, zijn er scholen voor openbaar en bijzonder speciaal basisonderwijs.
Tegenwoordig werken gewone basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs samen, zodat zo veel mogelijk kinderen op de basisschool kunnen blijven.

Speciaal onderwijs

Voor kinderen met een handicap zijn er scholen voor speciaal onderwijs. Deze scholen zijn ingedeeld in vier clusters:

Cluster 1.
Visueel gehandicapte kinderen.

Cluster 2.
Auditief en Communicatief gehandicapte kinderen. – dove kinderen – slechthorende kinderen – kinderen met ernstige spraakproblemen

Cluster 3.
Lichamelijk gehandicapte kinderen, verstandelijk en meervoudig gehandicapte kinderen. – langdurig zieke kinderen

Cluster 4.
Kinderen met ernstige ontwikkelings-, gedrags- of psychiatrische stoornissen. – zeer moeilijk lerende kinderen – zeer moeilijk opvoedbare kinderen – psychiatrisch langdurig zieke kinderen – kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten (kinderen met psychische problemen)

De clusters 2,3 en 4 werken samen in Regionale Expertise Centra (REC). Wanneer u uw kind wilt aanmelden voor een school voor (voortgezet) speciaal ondewijs, dan kunt u terecht bij de Commissie voor de Indicatiestelling in een REC.

 

 

Bredeschool

Een brede school is een samenhangend netwerk van toegankelijke en goede voorzieningen voor kinderen, jongeren en gezin, met de school als middelpunt. Inhoudelijke samenwerking tussen scholen en andere instellingen is hét kenmerk van brede scholen. Hoe die samenwerking vorm krijgt, met welke instellingen een school samenwerkt en met welk doel, is afhankelijk van lokale behoeften en omstandigheden. Brede scholen zijn er dus in vele soorten en maten. Ze zijn ook overal te vinden; de meeste staan nog in achterstandswijken in stedelijke gebieden, maar in sociaal-economisch sterke wijken en op het platteland komen ook steeds vaker brede scholen voor. De meeste brede scholen zijn basisscholen.

Brede scholen spelen in op diverse ontwikkelingen in de samenleving, variërend van een groeiende behoefte aan dagarrangementen tot en met de roep om meer kansen voor kinderen in achterstandswijken en meer veiligheid in de wijk. Het doel kan dus nogal verschillen. Toch blijkt dat een drietal doelen voor ongeveer alle brede scholen geldt: de ontwikkelingskansen van kinderen vergroten, een doorgaande ontwikkelingslijn realiseren en een sluitend netwerk rond het kind creëren.

Het aanbod van een brede school kan per school verschillen, afhankelijk van de lokale behoeften. Mogelijke invullingen van de brede school zijn voorschoolse opvang voor 2- tot 4-jarigen, schoolmaatschappelijk werk, buitenschoolse opvang voor 4- tot 12-jarigen, een verlengde schooldag met bijvoorbeeld sportieve en kunsteducatieve activiteiten en tienerprojecten.

Onderwijsnummer

In 2004 wordt gestart met de invoering van het onderwijsnummer. Wanneer ouders hun kind bij een school inschrijven, moeten zij het sociaal-fiscaal nummer (sofi-nummer) van hun kind opgeven. Dit nummer ontvangen zij tijdig van de belastingdienst. Leerlingen zonder sofi-nummer krijgen via de school van de Informatie Beheer Groep een speciaal nummer, het zogenaamde onderwijsnummer. Als een leerling zo’n nummer heeft moeten de ouders dat bij inschrijving aan de school melden.

Schoolgids

Elke school heeft een schoolgids: een gids waarin de school zichzelf beschrijft voor ouders. In de schoolgids maakt de school duidelijk welke doelen ze nastreeft, hoe ze die doelen wil bereiken en welke resultaten ze daarmee heeft geboekt. Ook besteden alle basisscholen extra zorg aan leerlingen met leermoeilijkheden of gedragsproblemen. In de schoolgids geven ze aan hoe die extra zorg eruit ziet. Verder geeft de school in de schoolgids informatie over de ouderbijdrage en de rechten en plichten van ouders en leerlingen. De schoolgids is dus een aanvulling van de school op de informatie in de gids die u nu in handen heeft.

Schoolplan

Naast een schoolgids maakt elke school een schoolplan. In het schoolplan geven scholen voor de komende vier jaar aan op welke manier ze werken aan verdere verbetering van het onderwijs. Elke school is verplicht haar eigen kwaliteit regelmatig te toetsen. De informatie die dat oplevert, vormt de basis voor het plan.
Het plan wordt pas vastgesteld als de medezeggenschapsraad daarmee instemt. Dat betekent dat ouders via de medezeggenschapsraad een stevige vinger in de pap hebben als het om de kwaliteit van de school gaat.

 

Cito-toets

De Cito toets wordt afgenomen in groep 8 van de basisschool, meestal begin februari. De toets is bedoeld om na te gaan wat uw zoon of dochter heeft geleerd en presteert. De Cito toets is een moment opname. Uw zoon of dochter kan net een slechte dag hebben als deze toets wordt afgenomen. Van belang is dan ook het advies van de leerkracht. Hij kan ook andere zaken laten meetellen in het advies, zoals interesses, werkhouding, motivatie en doorzettingsvermogen van uw kind spelen dan een belangrijke rol. De Cito-toets voorspelt het schoolsucces van uw zoon of dochter. Een school voor het voortgezet onderwijs kan uw zoon of dochter weigeren als het verschil tussen het advies van de basisschool en uw schoolkeuze te groot is.

 

Wat doet de leerplichtambtenaar?

Elke gemeente heeft één of meer leerplichtambtenaren. Die werken meestal bij de afdeling onderwijs. Spijbelt een leerling langer dan drie dagen, dan moet de leerplichtambtenaar uitzoeken wat er aan de hand is. Als er problemen zijn met leerlingen, bijvoorbeeld als ze helemaal niet meer naar school willen, proberen leerplichtambtenaren een oplossing te vinden. Dat doen ze allereerst door te praten met leerlingen, ouders en de school. Lukt dat niet, dan kunnen zij doorverwijzen naar mensen of instanties die hulp kunnen bieden. Soms komt het voor dat ouders hun kinderen helemaal niet naar school laten gaan en hen zelfs niet inschrijven bij een school. In zo’n geval kan een leerplichtambtenaar de Raad voor de Kinderbescherming inschakelen of proces-verbaal opmaken. Tenslotte beslist de leerplichtambtenaar of een leerling meer dan tien dagen extra vrij kan krijgen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Bijvoorbeeld ziekte van een familielid. De leerplichtambtenaar kijkt dan of het echt nodig is dat ouders buiten de schoolvakanties om hun kinderen van school houden.

 

Wat is BOL / BBL

Opleidingen in het mbo zijn op twee manieren te volgen. Dit worden ‘leerwegen’ genoemd:
* de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL).
* de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL).

BOL
Bij een BOL-opleiding gaat de deelnemer voor het grootste deel van de tijd naar school. Daarnaast brengt hij/zij 20 tot 40 weken werkend en lerend door in een bedrijf. De stage is een wezenlijk onderdeel van de opleiding. De deelnemer bewijst dat hij/zij het in de praktijk kan toepassen wat tijdens de opleiding is geleerd én in staat is nieuwe vaardigheden aan te leren. We spreken dan ook officieel van beroepspraktijkvorming.

BBL
Bij een BBL-opleiding heeft de deelnemer een baan van minstens 20 uur per week, en leert hij/zij het beroep dus voor een belangrijk deel in de praktijk. Daarnaast gaat de deelnemer één dag of een middag en een avond in de week voor de theorielessen naar school. Ook als de deelnemer al een tijd van school af is en werkt, kan hij/zij aan een BBL-opleiding beginnen

 

ONDERWIJSVORMEN

Dalton onderwijs

Dalton is een manier van omgaan met elkaar. Een Daltonschool schept ruimte en geeft kinderen de gelegenheid om zelfstandig of samen te werken aan een afgesproken taak.
De drie principes: verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerken vormen het uitgangspunt van Daltononderwijs.

Daltonscholen onderscheiden zich door een eigen kindvisie:
Daltonscholen gaan er vanuit dat elk mens in staat is verantwoordelijkheid te dragen. Deze benadering leidt tot een democratische grondhouding.

De leerkrachten proberen een veilig, ondersteunend klimaat te bieden om het kind de kans te bieden zo zelfstandig mogelijk met de omgeving om te gaan.

Daltonscholen gaan er vanuit dat elk kind de omgeving zo goed mogelijk probeert te begrijpen en er zo positief mogelijk mee omgaat.

Door elk kind te benaderen als open, communicatief en redelijk, wordt persoonlijke groei geboden.

Leerkrachten hebben vertrouwen in de positieve bedoelingen van het kind.

In het spanningsveld van individuele belangen en belangen van de groep leert het kind zijn positie te bepalen.

website www.dalton.nl

 

 

Jenaplan onderwijs

In het Jenaplanonderwijs neemt het ontwikkelen van sociale eigenschappen,het aangaan van relaties en de aansluiting bij de werkelijkheid van het kind een belangrijke plaats in. Centraal staat het beginsel, dat er uit gegaan wordt van de verschillen van kinderen en kinderen zelfverantwoordelijk zijn voor hun leren.
Een Jenaplanschool heeft een onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Binnen deze afdelingen functioneren de stamgroepen.
In stamgroepen zitten kinderen van diverse leeftijden, ontwikkelingsniveaus etc in tafelgroepen. Binnen stamgroepen zijn daarnaast interesse of projectgroepen, die frequent van samenstelling wisselen, op basis van interesse of vriendschapsbanden. Er zijn ook niveaugroepen Hierin komt een grotere groep kinderen samen om instructies te ontvangen en soms de verwerking toe te passen.Hierbij vormen de vorderingen het criterium.
Tenslotte kunnen er keuzegroepen geformeerd worden op basis van een b.v. vierwekelijkse keuze activiteit, zoals koken, maskers maken, een vreemde taal.Er zijn vier basisactiviteiten in een Jenaplanschool: het gesprek, spel,werk en viering. Dagelijks vinden een of meerdere kringgesprekken plaats. Bij ‘werk’ ligt in zgn. blokperiodes het accent op de zelfverantwoordelijkheid van kinderen. Spel’ is het vrijelijk omgaan met de werkelijkheid, op een creatieve wijze. Tenslotte zijn de ‘vieringen’ een terugkerende activiteit op de Jenaplanschool. Zij hebben onder andere de vorm van weekopeningen- sluitingen.Een Jenaplanschool heeft een ritmisch weekplan. Sommige onderdelen zijn vast, bijvoorbeeld gym, de weeksluiting. De stamgroepleider zorgt ervoor, dat er van dag tot dag wel een bepaald ritme van de vier basisactiviteiten gehanteerd wordt.
Het klaslokaal is een leef- en werkgemeenschap. De ‘klaslokalen’ waar de stamgroepen verblijven hebben de sfeer van een gewone huiskamer. Daarom worden ze ook wel schoolwoonkamers genoemd.

Bij de NJPV (Nederlandse Jenaplan Vereniging) zijn nagenoeg alle
Jenaplanscholen (210 basis en voortgezet onderwijs) aangesloten.
De vereniging maakt deel uit van het netwerk SOVO (samenwerkingsverband
van vernieuwingsorganisaties; zie www.vernieuwingsonderwijs.nl
De werkzaamheden van de NJPV zijn te volgen via de website www.jenaplan.nl
Correspondentiemailadres: njpv.meijer@jenaplan.nl

 

Montessori onderwijs

Montessori onderwijs gaat ervan uit dat kinderen per ontwikkelingsfase in hun leven, belangstelling hebben voor bepaalde dingen en behoefte hebben bepaalde zaken te ontdekken.
Maria Montessori ontwikkelde zelf aangepast spel- en leermateriaal. In het klaslokaal is veel kleurrijk en mooi materiaal, Montessorimateriaal genoemd.
Kinderen van verschillende leeftijden zitten bij elkaar in één groep. Zij kunnen samenwerken en elkaar helpen (sociale ontwikkeling).
Ieder kind werkt voor zichzelf en krijgt gelegenheid in eigen tempo de leerstof te doorlopen en te verwerken, op iedere tafel ligt wel iets anders. In de Montessorischool staat de eigen verantwoordelijkheid van het kind centraal. Het gaat om het zelf ervaren binnen een “voorbereide” omgeving.

website www.montessori.nl

 

Vrije school

De naam ‘vrij’ wil niet zeggen ‘niet streng’ of ‘zonder regels’ maar heeft te maken met de onafhankelijkheid van deze school. Op de Vrije school speelt creatieve vorming een wezenlijke rol.
Vanaf zes jaar is er onderwijs in kunstzinnige sfeer met euritmie, tekenen, schilderen, handwerken, handenarbeid, muziek, toneel en vreemde talen.
Vanaf veertien jaar is het onderwijs gericht op oefenen, waarnemen en denken en daarnaast kunst- en handvaardigheidsvakken.

website www.vrijescholen.nl

 

bron: schoolinbeeld.nl