Basisonderwijs

Op de basisschool wordt onderwijs gegeven aan kinderen vanaf 4 jaar. In het 4e levensjaar MAG het kind naar de basisschool maar dan is het nog niet leerplichtig. Vanaf de dag dat je kind 5 jaar is geworden is het leerplichtig. Vroeger (voor 1985) kenden we een kleuterschool en een basisschool los van elkaar maar met de wijzigingen in 1985 is het basisonderwijs een combinatie van de kleuterschool en basisschool geworden. Voor 1985 kenden we ook de benaming klassen, maar sinds de verandering van de wet in 1985 zijn klassen omgedoopt tot de benaming groepen. Het kleuteronderwijs is daarmee een onderdeel geworden van het basisonderwijs.

Hoe de leeftijden in de groepen in het basisonderwijs zijn verdeeld, leggen we hier uit:

Groep 1 en 2 vormen het kleuteronderwijs wat voorheen de kleuterschool was. Groep 3 t/m groep 8 is wat vroeger de basisschool was (klas 1 t/m 6)
We kennen in het basisonderwijs de volgende drie vormen:

Onderbouw      – groep 1 en 2 – kleuters van 4 en jaar – spelend leren
De leerling leert schrijfvaardigheid en gaat eenvoudige cijfers leren tellen. De sociale vaardigheid speelt een rol, zodat de leerling met andere leerlingen kan leren omgaan. Via puzzels, kleuren en vormen leert de leerling ook aspecten zoals simpele probleemoplossing.

Middenbouw   – groep 3, 4 en 5 – vanaf ca. 6 jaar

Groep 3: in dit leerjaar staan lezen, spellen en rekenen centraal sommige basisscholen beginnen in dit leerjaar met Engels
Groep 4: tellen tot 100, vermenigvuldigen, delen en schrijven van hoofdletters staan in dit leerjaar centraal
Groep 5: lezen en rekenen staan in dit leerjaar centraal

Bovenbouw – GROEP 6, 7 en 8 – vanaf ca. 9 jaar

Groep 6: in dit leerjaar wordt met name aandacht besteed aan de topografie van Nederland
Groep 7: begin van de Engelse taal en de topografie van Europa staan centraal. tevens hebben veel scholen in dit leerjaar de entreetoets van het Cito
Groep 8: laatste leerjaar van het basisonderwijs, waarin de topografie van de wereld en de geschiedenis van de Twintigste Eeuw centraal staan. Ook worden de leerlingen in dit leerjaar voorbereid op het voortgezet onderwijs. De eindtoets zal worden afgenomen om te bepalen naar welk niveau het kind zal gaan

Wanneer mag mijn kind naar de basisschool?

Uw kind kan op zijn 4e naar de basisschool. Vanaf 5 jaar gaat de leerplicht in. Dan moet uw kind verplicht naar school. U kiest zelf een basisschool uit.

Wennen op school

Vanaf 3 jaar en 10 maanden mag uw kind op de meeste basisscholen alvast een aantal (halve) dagen naar school om te wennen. Deze kennismakingsperiode duurt maximaal 5 dagen. Niet alle basisscholen hebben zo’n kennismakingsperiode. Neem daarover contact op met de school.

Vanaf 4 jaar mag uw kind elke dag naar school en meedoen met het onderwijs. Dit mag niet eerder.

Wanneer moet ik mijn kind aanmelden op de basisschool?

U moet zelf op tijd een basisschool kiezen voor uw kind. De meeste ouders melden hun kind aan bij een school voordat het 4 jaar wordt. Gemeenten hebben vaak ook regels en afspraken over het kiezen van een school. Sommige gemeenten sturen hierover een brief aan ouders.

Inschrijven basisschool

U bepaalt zelf bij welke basisschool u uw kind inschrijft. Houd er rekening mee dat scholen een wachtlijst kunnen hebben. Ook kan een school een leerling weigeren, bijvoorbeeld als de school vol is. Bij het inschrijven moet u het burgerservicenummer (BSN) van uw kind doorgeven. Neem hiervoor het geboortebewijs of identiteitsbewijs van uw kind mee. Of het bewijs van uitschrijving van de oude school als uw kind naar een nieuwe school gaat.

Welke basisschool kan ik kiezen voor mijn kind?

U kunt kiezen uit verschillende soorten basisscholen voor uw kind. Bijvoorbeeld een school gebaseerd op een godsdienst, levensovertuiging of pedagogische uitgangspunten. Heeft uw kind extra ondersteuning nodig, bijvoorbeeld vanwege een beperking? Dan is het mogelijk dat uw kind naar een school voor speciaal basisonderwijs wordt doorverwezen. En voor sommige kinderen is een school voor speciaal onderwijs de meest passende plek.

Basisschool openbaar onderwijs

Openbare basisscholen zijn toegankelijk voor ieder kind. Het onderwijs op een openbare basisschool is niet gebaseerd op een godsdienst of levensovertuiging.

Is er geen plek op een openbare school? Dan moet de gemeente zorgen dat uw kind naar een andere openbare school kan. Is er geen openbare school in de buurt? Dan moet een school voor bijzonder onderwijs uw kind toelaten.

Basisschool bijzonder onderwijs

Op een school voor bijzonder onderwijs krijgt uw kind les vanuit een godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging. Bijvoorbeeld:

  • katholiek;
  • protestants;
  • Islamitisch;
  • joods;
  • hindoeïstisch;
  • vrije scholen.

Bijzondere scholen mogen leerlingen of docenten weigeren, als die een andere overtuiging hebben dan de school.

Algemeen bijzondere scholen

Algemeen bijzondere scholen geven les vanuit hun visie over onderwijs of opvoeding. Deze scholen werken niet vanuit een godsdienst of levensbeschouwing. Voorbeelden zijn:

  • montessorischolen;
  • daltonscholen;
  • jenaplanscholen.

Ook openbare scholen of scholen voor bijzonder onderwijs kunnen vanuit een pedagogische opvatting les geven (bijvoorbeeld een openbare daltonschool).

Brede scholen

Brede scholen combineren onderwijs met voorzieningen als naschoolse opvang, sport, welzijn of cultuur. Op sommige brede scholen krijgen leerlingen ook extra taallessen, of zijn er activiteiten na schooltijd. Zoals huiswerkbegeleiding, sport of muziekles.

Brede scholen bieden soms ook opvoedingscursussen voor ouders, of inburgeringscursussen voor buurtbewoners. Brede scholen bepalen zelf hun extra aanbod.

Scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en scholen voor speciaal onderwijs (so)

Soms hebben kinderen extra ondersteuning nodig. Ze kunnen moeilijk leren, hebben een handicap of gedragsproblemen. Sommige kinderen kunnen niet naar een ‘gewone’ basisschool. Voor hen zijn er scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo). Daar zijn de groepen kleiner dan op een gewone basisschool. Ook zijn er scholen voor speciaal onderwijs (so). Op deze scholen krijgen leerlingen extra aandacht of zorg. In Nederland zijn bijna 300 scholen voor speciaal basisonderwijs en ruim 300 scholen voor speciaal onderwijs. Dit kunnen openbare of bijzondere scholen zijn.

De gewone basisscholen en de scholen voor speciaal (basis)onderwijs werken met elkaar samen. Op deze manier kunnen zoveel mogelijk kinderen naar een gewone basisschool. Als uw kind extra ondersteuning nodig heeft, kan de ‘gewone’ basisschool uw kind meestal goed helpen. Maar soms is een school voor speciaal basisonderwijs toch beter. Die scholen hebben kleinere groepen en de leraren hebben meer kennis over leer- en gedragsproblemen.

Het is de bedoeling dat zo veel mogelijk kinderen op een gewone basisschool les krijgen. De school probeert dus altijd eerst uw kind op de eigen school te helpen. Maar soms lukt dat niet. Als blijkt dat het voor uw kind toch beter is om naar het speciaal basisonderwijs te gaan, dan helpt de basisschool u daarbij. De school geeft u informatie en begeleidt u en uw kind.

Naast scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) zijn er ook scholen voor speciaal onderwijs (so). Deze scholen zijn bedoeld voor leerlingen die veel extra ondersteuning nodig hebben. Voorwaarde voor plaatsing in het (voortgezet) speciaal onderwijs is dat een kind een zogenoemde toelaatbaarheidsverklaring heeft van het samenwerkingsverband. De school van uw kind geeft u informatie, vraagt deze toelaatbaarheidsverklaring aan en begeleidt u en uw kind. Voor kinderen die naar een school voor blinde, slechtziende, dove of slechthorende leerlingen of leerlingen met communicatieve beperkingen gaan, beoordeelt de Commissie van Onderzoek van de instelling of het kind kan worden toegelaten.

Internationaal georiënteerd basisonderwijs (IGBO)

Nederland heeft een klein aantal scholen met Internationaal Georiënteerd Basisonderwijs (IGBO) . Deze scholen zijn voor:

  • kinderen van buitenlandse ouders die lang in Nederland wonen of werken;
  • kinderen van Nederlandse ouders die in het buitenland woonden en daar naar school gingen;
  • kinderen van Nederlandse ouders die tijdelijk in Nederland wonen.

IGBO-scholen zijn afdelingen van Nederlandse basisscholen met Engels als voertaal. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op het onderwijs op deze scholen.

Leerlingen met een andere nationaliteit kunnen in Nederland ook naar verschillende internationale en buitenlandse scholen. Deze zijn particulier en ontvangen dus geen geld van de overheid.

Bron: www.rijksoverheid.nl