ONDERWIJSVORMEN

 

Dalton onderwijs

Dalton is een manier van omgaan met elkaar. Een Daltonschool schept ruimte en geeft kinderen de gelegenheid om zelfstandig of samen te werken aan een afgesproken taak. De drie principes: verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerken vormen het uitgangspunt van Daltononderwijs.

Daltonscholen onderscheiden zich door een eigen kindvisie:
* Daltonscholen gaan er vanuit dat elk mens in staat is verantwoordelijkheid te dragen. Deze benadering leidt tot een democratische  grondhouding.
* De leerkrachten proberen een veilig, ondersteunend klimaat te bieden om het kind de kans te bieden zo zelfstandig mogelijk met de omgeving om te gaan.
* Daltonscholen gaan er vanuit dat elk kind de omgeving zo goed mogelijk probeert te begrijpen en er zo positief mogelijk mee omgaat.
* Door elk kind te benaderen als open, communicatief en redelijk, wordt persoonlijke groei geboden.
* Leerkrachten hebben vertrouwen in de positieve bedoelingen van het kind.
* In het spanningsveld van individuele belangen en belangen van de groep leert het kind zijn positie te bepalen.

website www.dalton.nl


Jenaplan onderwijs

In het Jenaplanonderwijs neemt het ontwikkelen van sociale eigenschappen,het aangaan van relaties en de aansluiting bij de werkelijkheid van het kind een belangrijke plaats in. Centraal staat het beginsel, dat er uit gegaan wordt van de verschillen van kinderen en kinderen zelfverantwoordelijk zijn voor hun leren.

Een Jenaplanschool heeft een onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Binnen deze afdelingen functioneren de stamgroepen.
In stamgroepen zitten kinderen van diverse leeftijden, ontwikkelingsniveaus etc in tafelgroepen. Binnen stamgroepen zijn daarnaast interesse of projectgroepen, die frequent van samenstelling wisselen, op basis van interesse of vriendschapsbanden.

Er zijn ook niveaugroepen Hierin komt een grotere groep kinderen samen om instructies te ontvangen en soms de verwerking toe te passen. Hierbij vormen de vorderingen het criterium. Tenslotte kunnen er keuzegroepen geformeerd worden op basis van een b.v. vierwekelijkse keuze activiteit, zoals koken, maskers maken, een vreemde taal.

Er zijn vier basisactiviteiten in een Jenaplanschool: het gesprek, spel,werk en viering. Dagelijks vinden een of meerdere kringgesprekken plaats. Bij ‘werk’ ligt in zgn. blokperiodes het accent op de zelfverantwoordelijkheid van kinderen. Spel’ is het vrijelijk omgaan met de werkelijkheid, op een creatieve wijze. Tenslotte zijn de ‘vieringen’ een terugkerende activiteit op de Jenaplanschool. Zij hebben onder andere de vorm van weekopeningen- sluitingen. Een Jenaplanschool heeft een ritmisch weekplan. Sommige onderdelen zijn vast, bijvoorbeeld gym, de weeksluiting.

De stamgroepleider zorgt ervoor, dat er van dag tot dag wel een bepaald ritme van de vier basisactiviteiten gehanteerd wordt. Het klaslokaal is een leef- en werkgemeenschap. De ‘klaslokalen’ waar de stamgroepen verblijven hebben de sfeer van een gewone huiskamer. Daarom worden ze ook wel schoolwoonkamers genoemd.

Bij de NJPV (Nederlandse Jenaplan Vereniging) zijn nagenoeg alle Jenaplanscholen (basis en voortgezet onderwijs) aangesloten.
De vereniging maakt deel uit van het netwerk SOVO (samenwerkingsverband van vernieuwingsorganisaties; zie www.vernieuwingsonderwijs.nl
De werkzaamheden van de NJPV zijn te volgen via de website www.jenaplan.nl


Montessori onderwijs

Montessori onderwijs gaat ervan uit dat kinderen per ontwikkelingsfase in hun leven, belangstelling hebben voor bepaalde dingen en behoefte hebben bepaalde zaken te ontdekken. Maria Montessori ontwikkelde zelf aangepast spel- en leermateriaal. In het klaslokaal is veel kleurrijk en mooi materiaal, Montessorimateriaal genoemd.

Kinderen van verschillende leeftijden zitten bij elkaar in één groep. Zij kunnen samenwerken en elkaar helpen (sociale ontwikkeling).
Ieder kind werkt voor zichzelf en krijgt gelegenheid in eigen tempo de leerstof te doorlopen en te verwerken, op iedere tafel ligt wel iets anders. In de Montessorischool staat de eigen verantwoordelijkheid van het kind centraal.
Het gaat om het zelf ervaren binnen een “voorbereide” omgeving.

website www.montessori.nl


Vrije school

De naam ‘vrij’ wil niet zeggen ‘niet streng’ of ‘zonder regels’ maar heeft te maken met de onafhankelijkheid van deze school. Op de Vrije school speelt creatieve vorming een wezenlijke rol.
Vanaf zes jaar is er onderwijs in kunstzinnige sfeer met euritmie, tekenen, schilderen, handwerken, handenarbeid, muziek, toneel en vreemde talen.
Vanaf veertien jaar is het onderwijs gericht op oefenen, waarnemen en denken en daarnaast kunst- en handvaardigheidsvakken.

website www.vrijescholen.nl


Ontwikkelingsgericht Onderwijs

Het Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO) heeft relatief recent zijn intrede gedaan in het Nederlandse basisonderwijs. OGO is ontwikkeld door een groep van Nederlandse en Vlaamse onderwijskundigen, die zich heeft laten inspireren door de ideeën van de Russische psycholoog Lev Vygotsky (1896-1934) over het ontwikkelingsproces bij kinderen. Volgens Vygotsky dient het onderwijs een bijdrage te leveren aan de brede culturele ontwikkeling van leerlingen. Dat is volgens hem alleen mogelijk ‘wanneer leren zowel maatschappelijk als persoonlijk betekenisvol is’ (Didactief, 2013). Aanvankelijk werd het OGO voornamelijk toegepast in de onderbouw, maar de laatste jaren gaan steeds meer OGO-scholen er toe over om het concept ook in de midden-en bovenbouw te introduceren.

Belangrijkste concepten binnen dit type onderwijs

Zone van Naaste Ontwikkeling

Het is de taak van de leerkrachten om de ontwikkeling van hun leerlingen op gang te brengen en te houden: in dit kader zijn zij voortdurend op zoek naar de Zone van Naaste Ontwikkeling van hun leerlingen, waar zij op willen inspelen. De Zone van Naaste Ontwikkeling, een term die is ontleend aan Vygotsky, duidt het verschil aan tussen wat het kind zonder hulp kan en wat het met hulp kan. Het basisidee is dat kinderen van nature een enorme drive hebben om zichzelf te ontwikkelen, maar dat ze wel op het juiste moment sturing, en een uitnodigende omgeving nodig hebben om die intrinsieke motivatie te behouden, en te vertalen naar resultaten.

Spelenderwijs leren

De belangrijkste activiteit die binnen OGO wordt ingezet om leerlingen te activeren en motiveren is het spel. In het spel kunnen ze zowel kennis opdoen als deze direct inzetten, en ze worden gestimuleerd om zelf verder te denken over bepaalde problemen of vraagstukken. Ook ‘onderzoek doen’ is een vorm van spelenderwijs leren, omdat het net als een spel regels kent, en de leerling eveneens de mogelijkheid geeft om zelf initiatief te nemen en creatief te zijn. Door een gehele OGO-school heen kun je dus vele speel-en onderzoekshoeken vinden (ook in de hogere klassen), die een veel grotere diversiteit kennen dan de speelhoeken binnen de andere basisschooltypen: zo zijn er bijvoorbeeld spelhoeken in de vorm van een museum, postkantoor, restaurant, literair café, laboratorium, en atelier en dergelijke.

Wat heeft dit type onderwijs uw kind te bieden?

Betekenisvol en maatschappelijk relevant onderwijs

De leerkracht probeert in OGO voortdurend een brug te slaan tussen wat de leerling wil leren en wat die leerling aan kennis en vaardigheden nodig heeft om in de maatschappij te kunnen functioneren (wat tevens aansluit bij de kerndoelen zoals die door de overheid zijn gesteld). Er wordt daarom zoveel mogelijk gewerkt ‘in thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van leerlingen en vorm geven aan wat maatschappelijk gezien van belang is om te leren [zoals kunnen kopen en verkopen, red.].’ (Monique Volman, hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam in Didactief, 2013), in een rijke leeromgeving waarin kinderen de vrijheid hebben om zelf op onderzoek uit te gaan.

Verschil mag er zijn

Kinderen ontwikkelen zich in een verschillend tempo en hebben elk hun eigen talenten en beperkingen. Zij hebben daarmee ook een verschillende behoefte aan hulp en ondersteuning, iets waar binnen het OGO zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden. Dat betekent dat de leerkracht de leerprocessen van elk kind voortdurend zal blijven monitoren en moet bedenken welke aanpak het beste past bij een kind, zodat deze kan blijven groeien in zijn/haar ontwikkelingsproces.

Interactie met de maatschappij

De muren tussen school en samenleving worden voortdurend geslecht: binnen dit type onderwijs leren kinderen spelenderwijs vaardigheden en kennis aan in situaties die erg lijken op situaties in ‘het echte leven’, de ‘maatschappij’ (zoals het verkoopproces in een winkel of een reisbureau, de interacties in een kapsalon, etcetera) die ze direct kunnen toepassen in het dagelijks leven.


Freinet

Het freinetonderwijs is vernoemd naar de grondlegger ervan, de Franse pedagoog Célestin Freinet, die lesgaf op een kleine dorpsschool. Het is de ‘grote onbekende’ binnen de onderwijsmethoden in Nederland, terwijl dit in Vlaanderen een zeer gewilde onderwijsvorm is waarvoor zelfs wachtlijsten bestaan. Freinet was van mening dat leren niet alleen in een klassituatie hoefde plaats te vinden, maar juist ook in de wereld om ons heen, waar van alles valt te ontdekken. Binnen het freinetonderwijs gaan kinderen en leerkrachten dan ook met grote regelmaat op pad om in verschillende contexten (zoals in de natuur, of in het bedrijfsleven) observaties te maken, vragen te stellen en op onderzoek uit te gaan.

De belangrijkste concepten binnen dit type onderwijs

Gelijkwaardigheid

Kinderen en volwassenen (leerkrachten) worden als gelijkwaardig beschouwd binnen dit onderwijs: kinderen hebben weliswaar niet dezelfde verantwoordelijkheid voor het onderwijs als de leerkracht (deze stuurt), maar de didactiek is duidelijk gebaseerd op wat leeft bij de leerlingen, op hun eigen ervaringen en interesses. Echt en succesvol leren, je iets eigen maken in de meest letterlijke zin des woords, vindt plaats langs de weg van het ‘proefondervindelijk verkennen’. Dit zien we ook duidelijk terug in het taalonderwijs binnen Freinet, waarin veel ruimte is voor het ‘levend leren’ van taal door middel van het schrijven van teksten: leerlingen maken deze zelf, over allerlei zaken die ze hebben beleefd. De teksten worden uitgebreid met de hele klas besproken, waarbij opvallende verschijnselen en problemen met de Nederlandse taal of spelling naar voren komen, waar vervolgens dieper op wordt ingegaan of waar een oplossing voor bedacht wordt. Kinderen kunnen zich op deze wijze in taal verdiepen op basis van onderwerpen die uit hun eigen (schrijf)praktijk voortkomen.

Opvoeden tot democratie en burgerschapsvorming

Kinderen leren om samen op democratische wijze hun groep/klas school te organiseren. Zo vinden er zeer regelmatig vergaderingen plaats binnen de klas, waarin punten die kinderen zelf hebben ingebracht worden besproken. Hiermee is er binnen de klas sprake van een democratisch systeem in het klein, waarbinnen leerlingen worden gestimuleerd om hun eigen beslissingen te nemen en die te onderbouwen met goede argumenten.

Werken met hoofd én handen

Binnen freinetonderwijs is het nadrukkelijk de bedoeling dat leerlingen niet alleen cognitieve vaardigheden aanleren, maar ook ‘met de handen’ leren werken, en leren door ervaringen op te doen: zo zijn er binnen de school verschillende plekken waar leerlingen leren klussen, of leren koken. Deze leerprocessen worden zoveel mogelijk verbonden met cognitieve basisvaardigheden (rekenen en lezen) die leerlingen worden aangeleerd, bijvoorbeeld met behulp van methodes.

Wat heeft dit type onderwijs uw kind te bieden?

Presenteren en delen van kennis

Het vermeerderen en delen van kennis zijn principes die binnen freinetscholen van oudsher hoog in het vaandel staan. Dit komt onder andere tot uiting in het feit dat de teksten van de leerlingen door henzelf gedrukt en verspreid worden binnen de school: dit drukproces is uitgegroeid tot een uniek kenmerk van het freinetonderwijs.

Ontdekken van specifieke talenten en vaardigheden

Het freinetonderwijs streeft ernaar om de specifieke vaardigheden en talenten van leerlingen te ontdekken en te stimuleren. Daarnaast worden de nieuwsgierigheid en ondernemingszin van kinderen serieus genomen, waarbij er van wordt uitgegaan dat ze van alles en iedereen kunnen leren.

Zelfstandig leren handelen

Kinderen leren zelfstandig te werken en te organiseren, en daarnaast zelfstandig te beslissen over zaken (door de vergaderingen waaraan zij moeten deelnemen).