Adolescentie: tussen 16 en 21 jaar

Een adolescent is iemand die in de fase tussen jeugd en volwassenheid zit. ‘Adolescent’ komt van ‘adolescere’ (ook uit het Latijn), opgroeien. Adolescenten komen erachter dat ouders niet overal gelijk in hebben maar gaan je wel meer waarderen en jou mening als ouder doet er wel weer deels toe. In deze fase is de jongere erop gericht om wederkerige en intieme relaties op te bouwen.

Adolescenten zijn erg bezig met hun eigen ik.

Dokters gebruiken het woord ‘adolescent’ omdat dit moeilijke woord niet de vervelende bijbetekenis van ‘puber’ heeft. Voor veel mensen betekent dat kortere woord vooral ‘lastpost, dwarsligger, etterbak’.

Als adolescent is men lichamelijk en biologisch volledig volgroeid, maar emotioneel nog niet.

Wanneer iemand precies als adolescent wordt gezien, verschilt per cultuur of per tijd. Het is daarom erg lastig om universele standaarden vast te leggen voor wanneer de adolescentie begint en eindigt. Vaak wordt gesteld dat de adolescentie begint, wanneer het lichaam grote veranderingen door maakt. Met name de ontwikkeling van de geslachtsorganen worden hierin als een belangrijke fysieke mijlpaal gezien. Hoewel men in de meeste culturen van adolescentie spreekt wanneer men biologische volledig is ontwikkeld, wordt ruwweg gesteld dat de adolescentie de periode is van het vijftiende levensjaar tot midden 20.

Omdat de periode van adolescentie sterk verschilt tussen personen, wordt deze periode vaak gekenmerkt door enige onzekerheid. Door zichzelf te vergelijken met leeftijdsgenoten, kan een adolescent het idee krijgen achter te lopen met de ontwikkeling, of misschien juist heel erg voor te lopen. Zo kan een meisje onzeker worden wanneer ze niet ongesteld wordt, terwijl leeftijdsgenoten dat al wel zijn geweest. In jongen in de adolescentie kan onzeker worden wanneer hij de baard nog niet in de keel heeft, of een langzame groeispurt heeft.