Peuter: tussen 2 en 4 jaar

De ontwikkelingsfase van kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar wordt peuter genoemd. De belangrijkste ontwikkelingen in de peuterperiode zijn: ontdekken en herinneren, belemmeringen tegen komen, groei van lichaam, woordenschat vergroten (zinnen maken), losmaken van papa en mama (zelf dingen willen doen). Koppig en driftig gedrag hoort zeker bij deze levensfase, dit wordt ook wel peuterpuberteit genoemd.


Het uitgangspunt van Plaspotje.nl is de belevingswereld van een kind. Wat vinden kleine hummels leuk en mooi? Wat levert ze plezier op? Waar voelen ze zich prettig en veilig bij? Alle producten van Plaspotje.nl zijn door ons als ouders zelf getest, zodat we bij elk product duidelijk de voor- en nadelen kunnen toelichten. Deze informatie is terug te vinden bij de uitgebreide productinformatie. Zo ontdek je wat het beste bij jouw kind past. Belangrijk, want als je kind blij is met het plaspotje of wc-verkleiner, dan oefent die met veel plezier door: dé basis om snel zindelijk te worden. Een goed begin is het halve werk.


Kinderen leren in de peutertijd steeds beter praten en kunnen beter aangeven wat zij willen en hoe zij zich voelen. Ze kunnen daarbij ook driftig en koppig gedrag laten zien wanneer ouders hen iets verbieden. Deze levensfase wordt daarom ook wel eens de peuterpuberteit genoemd. In deze fase leren peuters emoties kennen zoals schuldgevoelens, schaamtegevoelens, twijfel, trots, verlegenheid en jaloezie. Naast hun eigen gevoelens en emoties leren zij ook om te gaan met en te reageren op de gevoelens en emoties van anderen en ontwikkelen zij gevoelens van empathie. Het spelgedrag van een peuter is egocentrisch. De peuter is nog niet in staat tot daadwerkelijk samenspel, omdat het hem nog niet lukt zich in een ander te verplaatsen. Bij peuters zie je veel fantasiespel. Een belangrijke ontwikkeling in deze fase is het zindelijk worden.

Kenmerkende opvoedingsvragen zijn: mijn kind heeft een zeer eigen wil, kan erg driftig gedrag vertonen, wil geen avondeten eten, luistert slecht, is ongehoorzaam, is erg druk, vraag veel aandacht, komt niet af van zijn speen, klimt ’s avonds altijd uit bed, plast nog in zijn bed, is overdag nog niet zindelijk, bijt en slaat andere kinderen, huilt snel, is eenkennig, is erg stil, zoekt weinig contact met andere kinderen.

 

Een peuter is een kind in de leeftijdsfase van twee tot vier jaar. In deze periode is het kind met veel dingen bezig en leert al doende heel vanzelfsprekend allerlei vaardigheden op verschillend gebied. Zo oefent het zijn lichaamsfuncties, zoals lopen, bewegen, kijken, voelen etc. Hierbij speelt de herhaling een grote rol. Het kind verkent zijn omgeving, bouwt zijn eigen fantasiewereld op en imiteert de “groten”. Hierdoor verwerft het zijn eigen stukje zelfstandigheid dat het steeds verder zal willen ontplooien. Het leert ook dat er andere mensen om hem heen leven, leert er rekening mee te houden en krijgt steeds meer de behoefte om samen te spelen. Via geleide activiteiten en spontaan spel leert de peuter zichzelf te ontwikkelen en in de groep te bewegen. Deze peuterperiode wordt dan ook gezien als een goede voorbereiding op de kleutertijd.