Kwaliteit mbo-opleidingen

Mbo-instellingen krijgen meer ruimte om te bepalen hoe zij hun kwaliteit kunnen verbeteren. Van 2019 tot en met 2022 is hiervoor in totaal €1,6 miljard beschikbaar. Iedere instelling kan daarbij aan de slag met de eigen (regionale) situatie.

Mbo stelt zelf doelen vast

Op basis van een analyse van de eigen situatie bepalen de mbo’s waaraan zij het geld besteden. Bijvoorbeeld aan:

  • verbetering of verandering van opleidingen zodat die beter aansluiten bij de behoefte van het bedrijfsleven;
  • professionalisering van de onderwijsteams;
  • ontwikkeling van onderwijsaanbod voor leven lang ontwikkelen.

Daarbij werken de mbo’s samen met belangrijke partijen, zoals bedrijven, gemeenten en andere scholen. Hierdoor komt er meer ruimte voor regionale initiatieven in het mbo.

Afspraken tussen Rijk en mbo

Mbo-instellingen krijgen het geld bovenop de lumpsumbekostiging. Over de besteding van dat geld hebben het Rijk en de mbo-instellingen resultaatgerichte afspraken gemaakt. In de periode 2015-2018 gebeurde dat voor het eerst. Zulke afspraken maken zij ook voor de periode 2019-2022.
De uitgangspunten voor deze 2e tranche kwaliteitsafspraken hebben zij uitgewerkt in het bestuursakkoord OCW – MBO-Raad 2018-2022. Dit zijn de belangrijkste uitgangspunten:

  • Elke mbo-instelling maakt zelf afspraken met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze afspraken worden vastgelegd in de kwaliteitsagenda van de mbo-instelling.
  • De kwaliteitsagenda is gebaseerd op het meerjarig strategisch plan van de mbo-instelling. De agenda moet ambitieuze en duidelijke doelen bevatten die de instelling binnen 4 jaar kan halen. De instellingen ontvangen 75% van het budget om te investeren als de kwaliteitsagenda is goedgekeurd. 25% van het budget is afhankelijk van het resultaat. De scholen ontvangen het geld als zij de doelen voldoende hebben behaald. Een onafhankelijke commissie beoordeelt dit.
  • 2/3 van het investeringsbudget mogen de instellingen inzetten voor zelf gekozen doelen. 1/3 van het investeringsbudget moeten zij besteden aan 3 thema’s (speerpunten):
    • jongeren in een kwetsbare positie;
    • gelijke kansen in het onderwijs;
    • onderwijs dat voorbereidt op de arbeidsmarkt van  de toekomst.

De kwaliteitsagenda’s van de mbo-instellingen tot 2022 zijn gepubliceerd op deze website.

Extra afspraak groen onderwijs

Voor de agrarische opleidingscentra (aoc’s) geldt een extra afspraak. Zij moeten in hun kwaliteitsagenda duidelijk beschrijven hoe ze willen omgaan met de verwachte daling van studentenaantallen. Dit vraagt ook om goede samenwerking tussen aoc’s onderling en met andere mbo-instellingen.

De voorwaarden waarmee mbo instellingen een kwaliteitsagenda kunnen opstellen staan in de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019-2022.

Commissie beoordeelt kwaliteitsagenda’s

De beoordeling van de kwaliteitsagenda’s vraagt om een speciale deskundigheid. Daarom is een onafhankelijke Commissie Kwaliteitsafspraken MBO (CKMBO) ingesteld. De CKMBO:

  • beoordeelt de kwaliteitsagenda 2019-2022 per mbo-instelling;
  • beoordeelt de tussentijdse en eindresultaten;
  • adviseert de minister over goedkeuring van de kwaliteitsagenda’s;
  • adviseert de minister over toekenning van het resultaatafhankelijke budget.

Meer informatie over de commissie en de werkwijze staat op de website van de CKMBO.

Vertrouwen in het mbo

Uit deze aanpak blijkt vertrouwen in het middelbaar beroepsonderwijs. Mbo’s kunnen aan de slag met onderwerpen waarvan zij vinden dat ze er het verschil kunnen maken.
De afspraken helpen de scholen en hun partners om het onderwijs landelijk en regionaal verder te ontwikkelen. Want  professionals in de scholen, bestuurders, docenten, instructeurs weten het beste hoe de kwaliteit verder omhoog kan.

 

Bron: Rijksoverheid.nl