Veilig

Het vervoeren op de fiets van jonge baby’s, die nog niet zelfstandig kunnen zitten, kan op een paar manieren zo veilig mogelijk (naast de gevaren die het verkeer voor iedereen met zich meebrengt, is er zo min mogelijk kans op ongevallen):

  • In een babyautostoeltje of babyschelp die stevig bevestigd is in een fietskar of bakfiets. Plaats het autostoeltje het liefst tegen de rijrichting in. Het kindje wordt door de kooiconstructie van de bak/kar én het stoeltje beschermd.
  • In een babyautostoeltje dat met een speciale drager op de fiets bevestigd is. Bij een val met de fiets, wordt het kindje zo goed mogelijk tegen direct contact met de ondergrond beschermd.

Voor beide manieren geldt:

  • Maak de baby in het stoeltje altijd vast met gordels.
  • Zorg dat het kindje zich prettig voelt, probeer trillingen en schokken te voorkomen.
  • Houd je kind goed in de gaten; als het kindje zich niet meer comfortabel voelt, als het kindje huilt of op een andere manier zijn ongenoegen uit is het tijd om pauze te houden of te stoppen.
  • Maak zeker in het begin nog geen lange tochten.

Onveilig

Een draagzak waarin het kindje op de buik/borst van de berijder hangt, is geen veilige manier om een baby op de fiets te vervoeren. Het biedt bij een val geen bescherming aan het kindje, het kindje kan uit de draagzak vallen of de bestuurder kan op het kindje terecht komen.

Minimumleeftijd

Met de huidige gegevens kan geen eenduidige uitspraak gedaan worden over de minimumleeftijd vanaf wanneer baby’s op de fiets meegenomen kunnen worden. Tot het moment dat uw kind het hoofdje zelfstandig rechtop kan houden, is het waarschijnlijk beter om uw kindje niet op de fiets te vervoeren. Vooral in het begin is het belangrijk dat alleen korte tochtjes gemaakt worden en de route zo gekozen wordt dat er geen of weinig hobbels, drempels en trillingen zijn.

Oudere baby’s

Vanaf het moment dat een kindje zelfstandig vanuit kruiphouding kan gaan zitten, kan hij/zij in een fietsstoeltje aan het stuur vervoerd worden, zie daarvoor de tips voor fietszitjes. Voor eerste fietsritjes geldt:

  • Vooral in het begin is het belangrijk dat alleen korte tochtjes gemaakt worden en de route zo gekozen wordt dat er zo min mogelijk kuilen, hobbels en drempels zijn.
  • Een fietstocht is voor een klein kind zeer vermoeiend. Als je kindje huilt of op een andere manier zijn ongenoegen uit, dan is het tijd om pauze te houden of te stoppen.

Extra koop- en gebruikstips

  • Fiets bij voorkeur op een moederfiets/stadsfiets/bakfiets waarvan het zadel niet te hoog staat zodat u met je voeten bij de grond kunt. Zorg voor goede remmen en fiets niet te snel.
  • Zorg dat het autostoeltje of de babyschelp goed bevestigd is:
  • er zijn specifieke bevestigingssets te koop voor in de fietskar/bakfiets.
  • er zijn beugels/frames te koop om het autostoeltje op de fiets te maken.
  • Zorg dat het zitje op twee manieren bevestigd is, de één als back-up van de ander (de meeste zitjes hebben deze mogelijkheid).
  • Zorg dat je kindje goed in de gordel zit.
  • Zorg bij een fietskar/bakfiets dat deze een goede vering heeft voor het gewicht van je kindje. Heftig trillen kan vaak verholpen worden door extra gewicht in de kar/bak (nog een kind, boodschappen, een zak zand).
  • Bouw het fietsvervoer van hele kleine kinderen rustig op. Begin bijvoorbeeld met korte ritjes over een goed en gelijkmatig wegdek.